Deel 1: de ijzervreters PDF Afdrukken E-mail
De ijzervreters is een historische roman die u terug zal voeren naar de zestiende eeuw, naar de tijd van Karel V. Het is het verhaal van de Beier Ulrich Schmidl, die op jonge leeftijd gedwongen is zijn geboortestad Straubing te verlaten. De spannende avonturen die hij daarna in Beieren en vervolgens ook in Spanje beleeft, worden in De ijzervreters beschreven. Hier licht ik alvast een tipje van de sluier op, zodat u een idee kunt krijgen van het boek.
 

 

Image

Ulrich Schmidl

                                          Proloog

 

Frankfurt am Main, 24 september 1567

 

 

De forse gestalte van de man vulde bijna in zijn geheel de lage deuropening. Verstoord keek Martin Lechler op van zijn werktafel die vol lag met enorme stapels keurig geordende documenten. Het kleine olielampje met een walmende pit gaf nauwelijks voldoende licht om het handschrift te ontcijferen van het manuscript dat nu in het halfdonker voor hem lag. Het duurde even voordat hij de man herkende, die nu met grote zelfverzekerde passen op hem afkwam. Zijn blonde volle baard vertoonde hier en daar al wat grijze plekken. Twee lichtblauwe intelligente ogen keken hem vragend, bijna hoopvol aan. De grote man van middelbare leeftijd was nog steeds in de kracht van zijn leven. Met een pijnlijk gezicht wreef de tenger gebouwde Martin Lechler over zijn met inkt bevlekte rechterhand. Zijn bezoeker had handen die het bij een smid niet slecht zouden doen. Snel sloot de drukker de deur die toegang gaf tot het atelier, terwijl hij hem uitnodigde tegenover hem plaats te nemen. Lechler observeerde de oudere man. Hij schatte hem tegen de zestig. De rijke kleren wisten het verleden van de man maar met moeite te versluieren. Zijn gespierde lichaam, een lelijk litteken boven zijn linker wenkbrauw, zijn manier van lopen die meer van marcheren weg had dan de schrijdende pas van een welgestelde burger, zijn slimme en doordringende oogopslag … Dat alles was onmiskenbaar het resultaat van het harde soldatenbestaan dat hij nog niet al te lang geleden vaarwel had gezegd. Duidelijk een man die wist wat hij wilde en die je maar beter niet voor de gek kon houden.

 

“Ik hoop dat u zich aan uw termijn heeft gehouden?” Het was meer een vraag dan een dreigement, maar Martin Lechler was blij dat hij uit een lade van zijn robuuste eikenhouten bureau een klein boekje tevoorschijn kon halen. “Vorige week was het klaar. In totaal heb ik er honderd van gedrukt. Zelf ben ik zeer tevreden over het eindresultaat en ook Sigmund Feirabendt en Simon Hüter denken dat er genoeg lezers voor zijn. Avontuurlijke reisbeschrijvingen doen het de laatste tijd altijd goed.” De drukker overhandigde de forse man het boekje. Met zijn grote handen pakte hij ongeduldig het kleine in kalfsleer gebonden boekje dat de kromgebogen drukker hem over de tafel heen aanreikte. Hij had er ook zo lang op moeten wachten. Voorzichtig liet hij zijn van emotie trillende vingers over de vergulde letters gaan, die op kunstige wijze in het leren omslag waren geslagen. Hij vouwde het boekje open. De titelpagina was een ontwerp van Jost Amman. Het was louter toeval geweest dat hij deze jonge artiest vorig jaar in Neurenberg had leren kennen. Amman had al een aantal keren voor de drukker en uitgever Feirabendt uit Frankfurt am Main gewerkt en had hem met Martin Lechler in contact gebracht. Twee gedetailleerde gravures van twee verschillende zeevaarders moesten de nieuwsgierigheid van de op avontuur beluste lezer prikkelen. Met zijn wijsvinger raakte hij bijna strelend de fijne lijnen van het linker portret van een zeeman aan. Hoe goed had Amman zijn slecht getekende schets van Heinrich Paime, de trotse kapitein van de Schwalbe von Nürnberg, in een kunstwerk weten om te zetten. Op de achtergrond, als zeer klein detail, waren de haven en de eerste nederzetting van Buenos Aires te zien zoals hij die had gekend, nog voordat de stad opzettelijk in brand zou worden gestoken. Hardop las hij de in gotische letters gedrukte woorden van de laatste regel op de titelpagina: “Gedrukt in Frankfurt am Main door Martin Lechler, uitgegeven door Sigmund Feirabendt en Simon Hüter, anno 1567.” De oud-soldaat slaakte een voldane zucht. Zijn levenswerk was af. Meer dan twee jaar had hij erover gedaan om zijn oude aantekeningen en herinneringen van tientallen jaren geleden in een leesbaar reisverslag om te zetten. Eigenlijk had hij het boek meer voor zichzelf dan voor een groot lezerspubliek geschreven. Ook was het de herinnering aan zo veel vrienden en medestrijders geweest die hij tijdens zijn omzwervingen had verloren, die hem ertoe had aangespoord zijn verhaal af te maken. Zij waren dankzij zijn reisverslag aan de vergetelheid ontrukt. Het leek net gisteren toen hij ruim dertig jaar geleden als jonge soldaat voet aan wal van het Amerikaanse continent zette. Nu, bijna aan het einde van zijn leven, terugkijkend op zijn grillige bestaan, vroeg hij zich af of hij aan de expeditie naar de Río de la Plata (*) zou hebben deelgenomen als hij van tevoren had geweten welke tegenslagen hem in dat woeste onbekende land te wachten stonden. “Een stomme vraag,” mompelde hij, terwijl hij de drukker dromerig aankeek en het boek voorzichtig dichtsloeg. Meer voor zichzelf, dan voor Lechler voegde hij er nog aan toe: “Nare en fijne ervaringen, heldendaden en gruwelijke misdrijven, ze staan hier allemaal in beschreven.” Hij klopte trots op de leren kaft van zijn eigen creatie. “Van sommige daden heb ik spijt, maar ja, je kunt het verleden nu eenmaal niet veranderen. Soms heb ik het gevoel dat alles voor niets geweest is. Zoveel bloedvergieten voor zo’n arm land, zonder noemenswaardige rijkdommen. Wie weet ... de toekomst zal het leren.” En na deze laatste woorden was de oud-soldaat opgestaan en had hij afscheid genomen van de drukker.

 

Martin Lechler had hem nooit meer teruggezien. Een paar maanden later werd hij echter plotseling weer aan de forse blonde soldaat herinnerd, toen een rijk uitgedoste heer uit Regensburg navraag naar hem had gedaan in zijn drukkerij. Helaas, hij moest het antwoord schuldig blijven op de vraag of hij wist waar Ulrich Schmidl verbleef. Op de terugreis van Frankfurt naar Regensburg scheen hij in het niets te zijn verdwenen. Hij had de man het handgeschreven document van Schmidl meegegeven want dat had hij vergeten hem terug te geven toen hij deschrijver zijn boekwerk had overhandigd. Daarna zou hij nog vaak terugdenken aan de oud-veroveraar, zich afvragend of hij misschien was teruggekeerd naar dat verre continent dat Amerika werd genoemd, dat als een magneet al zoveel onfortuinlijke avonturiers had aangetrokken, die nooit meer voet op het oude Europese continent zouden zetten. De tengere drukker uit Frankfurt kon zich niet voorstellen dat de avontuurlijke Beierse soldaat zijn laatste levensdagen in zijn mooie stenen huis in Regensburg zou slijten. Daar leek hij hem veel te onrustig voor.

 

...

 

 

Dus zo zou hij zijn grillige bestaan uiteindelijk moeten beëindigen. Beter dan oud en krom van het reuma in zijn bed in Regensburg, een beeld dat hem de afgelopen jaren steeds meer had verontrust. Bijna tevreden keek hij naar de vijf bandieten die al schreeuwend op hem afkwamen. Zijn levenslange ervaring als soldaat deed Ulrich Schmidl vrezen dat zijn laatste uur geslagen had. Hij moest toegeven dat het stom geweest was om nog zo laat op de middag Frankfurt te verlaten. Hij bedacht dat zijn zojuist verschenen boek hem waarschijnlijk overmoedig had gemaakt. Wat kon hem nu overkomen? Twintig jaar lang had hij ontelbare gevaren goed doorstaan. Hij keek snel om zich heen. Het werd al bijna donker. Op de weg viel geen reiziger meer  te bekennen. Hij stond alleen tegenover de goed gewapende rovers, die in de rijkgeklede reiziger terecht een makkelijke prooi hadden herkend. Hij trok zijn zwaard terwijl hij bijna gretig zijn noodlot tegemoet reed. Hij had hetzelfde gevoel als een paar maanden geleden, toen hij uiteindelijk zijn manuscript aan Martin Lechler had overhandigd. Alleen kon het nu wel eens heel wat dramatischer aflopen. Hij zou zijn huid duur verkopen. Hij was immers Ulrich Schmidl uit Straubing, een naam waar je trots op hoorde te zijn.


(*) Río de la Plata: Letterlijk betekent deze benaming Zilverrivier. Het gebied behoort tegenwoordig tot  Argentinië, Paraguay en Uruguay.

 

Image                                                    

Voormalig woonhuis van Ulrich Schmidl           
in Regensburg 

 

 

 

1

 

 De gevelsteen

Straubing, 2 juni 1524

 

 

De lange blonde jongen van ongeveer veertien jaar liep haastig over het marktplein in de richting van zijn huis. Meester Hans Prommersberger had de les niet willen afronden voordat zijn leerling de algebravraagstukken had opgelost die hij hem had voorgelegd. Zo kwam de jonge student weer eens te laat op het middagmaal. Niet dat het hem veel kon schelen dat zijn schoonzus hem hiervoor zou uitschelden, maar hij had een geweldige honger en wilde niet de hond in de pot vinden. Sinds zijn oudere halfbroer Thomas met Magdalena Schellerin getrouwd was, zwaaide zijn bazige vrouw de scepter in het huis. Zijn arme moeder had thuis niets meer in te brengen. Ze mocht dankbaar zijn dat ze samen met haar zoontje Ulrich in het statige huis aan het marktplein kon blijven wonen, nadat de jonge echtgenoten de voormalige woning van Wolfgang Schmidl met een groots feest hadden ingewijd. Het was waar. Het huis van hun vader Wolfgang was nu van Thomas. Ulrich kon zich zijn vader niet meer herinneren. Toen hij nog geen twee jaar oud was, was zijn vader tijdens een van zijn handelsreizen naar Venetië op onfortuinlijke wijze van zijn paard gevallen en verongelukt. Zijn moeder  Thorote bleef met drie jonge kinderen achter. Hoewel Friedrich en Thomas kinderen uit een eerder huwelijk van Wolfgang waren, voedde de weduwe hen op alsof het haar eigen kinderen waren. Als oudste nazaat had Friedrich alle bezittingen van zijn vader geërfd. Dat Friedrich twee jaar geleden plotseling was overleden, betekende voor Thorote een groot verlies. Ze had veel van hem gehouden. Nadat de jongere Thomas op zijn beurt alles had geërfd, was de situatie in huize Schmidl sterk verslechterd. Hij had al een paar keer gedreigd zijn stiefmoeder het huis uit te zetten, maar had dat omwille van zijn broer Ulrich niet gedaan. Thorote begreep dat achter die dreigementen haar schoondochter Magdalena zat, die de labiele Thomas sterk wist te beïnvloeden. Het zou alleen een kwestie van tijd zijn voordat hij die dreigementen waar zou maken.

Image

Gevelsteen van het voormalige woonhuis
van Ulrich Schmidl in Regensburg 

 

Plotseling bleef Ulrich stokstijf staan, midden op het marktplein, getroffen door het tafereel dat zich voor zijn huis afspeelde. Het was nog vroeg geweest toen bouwmeester Zimmermann die morgen had aangebeld om de nieuwe gevelsteen te komen plaatsen. Zoals Thomas Schmidl zo vaak tegen de jonge Ulrich had gezegd, Schmidl was een familienaam waar je trots op hoorde te zijn. Het werd daarom hoog tijd dat ze hun familiewapen eens boven de deur lieten aanbrengen, zoals iedere welgestelde familie uit Straubing. Hieronymus Zimmermann had werkelijk een meesterlijk stukje werk afgeleverd. De steigerende stier, symbool van de familie Schmidl, was door de ambachtsman op voortreffelijke wijze in de gevelsteen uitgehouwen. Verbluft zag Ulrich hoe op dat moment hun nieuwe familiewapen wel op een heel originele manier werd gedoopt door Konrad Zant. Die verwaande kwast met zijn pokdalige gezicht stond er nota bene tegen te pissen, zonder dat de bouwmeester en zijn knechts er erg in hadden. Die hadden het kunstwerk op de grond tegen de gevel van de burgemeesterswoning laten staan en zaten in de schaduw van een grote linde iets te eten. Na het middagmaal zou de steen in bijzijn van burgemeester Thomas Schmidl officieel in de gevel worden gezet.

 

Nadat Ulrich de scène eerst verbouwereerd had staan bekijken, liep zijn gezicht plotseling rood aan van woede. Dit was schandalig, hier zou Konrad Zant voor moeten boeten. De nazaat van een van de voornaamste patriciërsfamilies uit Straubing, die de Schmidls al sinds eeuwen had gedwarsboomd, kon niet ongestraft de gek steken met hun familiewapen. Buiten zichzelf van woede rende de jonge Schmidl eerst op bouwmeester Zimmermann toe, die verbaasd zijn kruik bier liet zakken toen de jongen een grote hamer bij hem vandaan griste. Daarna naderde Ulrich Konrad van achteren. Onder het uiten van obscene gebaren stond de jongen voldaan de door hem bewaterde gevelsteen te bekijken. De in alle haast geworpen hamer raakte zijn linker slaap. Zonder een kik te geven zakte Konrad ineen, terwijl het zware instrument met een harde slag op de knap uitgehouwen kop van de steigerende stier neerkwam.

 

Waar meester Zimmermann zat, was de klap van de ijzeren hamer op de steen duidelijk te horen geweest. Het geluid voorspelde niet veel goeds. Schreeuwend rende ook hij nu op de gevelsteen toe. Een blik was voldoende om de ervaren steenbewerker te doen inzien dat zijn vermoeden werd bevestigd. De stier had niet langer twee horens meer: een ervan was door toedoen van Ulrich verminkt, terwijl een grote barst van boven naar beneden dwars over de gevelsteen liep, wat het ergste deed vermoeden. De steen was waardeloos geworden. Al zijn werk was voor niets geweest. Al tierend greep hij de jongere broer van Thomas Schmidl beet en begon de hard tegenstribbelde jongen een wel verdiende aframmeling te geven.

 

Het getier van bouwmeester Hieronymus Zimmermann drong tot in de eetkamer van de patriciërswoning door. Het was zomer en de ramen aan de voorzijde van het huis stonden open. Magdalena Schellerin keek geïrriteerd naar Thomas Schmidl, haar echtgenoot, die net aan zijn middagmaal was begonnen. De kleine donkere Thomas viel in het niet bij zijn struise blonde vrouw. Thomas mocht dat jaar dan voor de tweede keer tot burgemeester van de stad Straubing zijn gekozen, thuis was het zijn vrouw die de lakens uitdeelde. “Goed, ik ga al. Dan hoef ik je verwijten tenminste niet aan te horen.” Nijdig smeet de belangrijke Straubinger de eetkamerdeur achter zich dicht, nog voordat zijn vrouw een scherp antwoord had kunnen bedenken. Sinds hij drie jaar geleden met de rijke koopmansdochter van Melchior Schellerin was getrouwd, was zijn leven in een ware hel veranderd. Zijn jonge vrouw was nooit tevreden en had altijd wel wat te mopperen. Ze had hem nog niet zo lang geleden zelfs een keer geslagen toen hij dronken thuis was gekomen. Dat kwam de laatste tijd steeds vaker voor. En ze had nog wel zo’n goede partij geleken: een koopmansdochter met een flinke bruidschat, bovendien nog knap ook. Inmiddels had hij het einde van de donkere gang bereikt. Hij opende de massieve huisdeur en keek verbaasd naar het tafereel dat zich voor hem afspeelde.

 

De burgemeester wilde net tussen beide kemphanen springen, toen zijn blik plotseling op de onthoornde stier viel. Hij had de uitleg van de bouwmeester niet nodig om te begrijpen wie de schuldige was. Zijn broertje was dit keer toch echt te ver gegaan. Wat hij niet begreep was waarom die onbekende jongen daar roerloos op de grond lag. Een klein straaltje bloed liep van zijn linker slaap en kleurde de grond...

 

Bent u geïnteresseerd in De ijzervreters, dan kunt u het boek vanaf 15 oktober 2006 via internet bij Bruna (www.bruna.nl) of Gopher (www.gopher.nl) bestellen, of bij een van de Bruna winkels bij u in de buurt kopen.

 


Image                                             Image
Huize Schmidl in Straubing                                        Stadstoren van Straubing



 
< Vorige   Volgende >
Webstats4U - Web site estadísticas gratuito El contador para sitios web particulares
Contador